Hoe ŠKODA de Formule 3 op stelten zette in de jaren 60

26 augustus 2021

ŠKODA is er als de kippen bij, zodra in 1964 de Formule 3-reglementen veranderen. Met de motor van de 1000 MB en een slim idee uit de windtunnel, racet de ŠKODA F3 naar het goud.

Eind jaren 40 vinden de eerste Formule 3-races plaats. In de begindagen worden de raceauto’s aangedreven door eencilindermotoren van 500 cc – betaalbare motorfietstechniek. In de jaren vijftig doen viercilindermotoren met een cilinderinhoud tot 1.100 cc hun intrede en met ingang van 1 januari 1964 is 1.000 cc de bovengrens. Dan ziet ŠKODA zijn kans schoon.

Op basis van de ŠKODA 1000 MB

De eenzitter van ŠKODA krijgt in Mladá Boleslav de interne aanduiding Š 992. Dit is een verwijzing naar de productie-auto waarop hij is gebaseerd: de Š 990, of zoals jij hem kent, de ŠKODA 1000 MB. De personenauto met de motor achterin en achterwielaandrijving komt in de lente van 1964 op de markt. Het eerste exemplaar van de Š 992 was al in februari voltooid.

ŠKODA’s Formule 3-auto heeft een buizenframe van staal en onafhankelijke wielophanging. Met het oog op de stroomlijn van de auto, worden de schroefveren en schokdempers binnen de carrosserie gemonteerd en niet erbuiten. Naar het schijnt is de ŠKODA F3 de eerste auto in zijn klasse met deze aerodynamische oplossing.

Compact, licht en krap

Instelbare schokdempers maken het mogelijk om de bodemvrijheid van de ŠKODA F3 aan te passen. Zijn 13-inch lichtmetalen velgen met Dunlop-banden worden geremd met vier schijfremmen van het Britse merk Girling. De viercilindermotor van de ŠKODA 1000 MB ligt in lengterichting voor de achteras. Dit type motor is een lang leven beschoren: hij blijft met wat aanpassingen tot 2003 in productie en wordt voor het laatst gebruikt in de eerste generatie ŠKODA FABIA.

De coureur zit pal voor de motor en heeft weinig ruimte. De water- en oliekoelers bevinden zich bij zijn voeten en de brandstoftanks zitten links en rechts van hem. Deze tanks hebben een gezamenlijke inhoud van 30 liter. De slanke carrosserie bestaat uit verschillende afneembare delen. Aanvankelijk waren die gemaakt van aluminium, maar als snel worden ze vervangen door panelen van met glasvezel versterkte kunststof.

Het interieur is zo krap, dat het stuur noodgedwongen een diameter van slechts 30 cm kreeg. Het leeggewicht van ŠKODA’s Formule 3-auto bedraagt net geen 420 kilo. Daarvan rust 41,5 procent op de vooras en 58,5 procent op de achteras.

Successen van de ŠKODA F3

De eenlitermotor levert aanvankelijk 72 pk bij 7.250 tpm. Maar dankzij een verhoogde compressie en allerlei andere verbeteringen schopt de motor het tot 90 pk bij 8.000 tpm tegen de tijd dat het seizoen van 1966 aanbreekt. Tegelijkertijd wordt de auto 15 kilo lichter gemaakt. Ging de eenzitter tijdens een testrit in 1964 nog 188 km/h, amper twee jaar later doorbrak hij de magische grens van 200 km/h.

Vanaf het allereerste begin behoort de ŠKODA F3 tot de koplopers. Dat is hard werken voor mens en machine, want in die tijd worden de wedstrijden gehouden op straatcircuits met kasseien en putdeksels. In 1966 halen Václav en Jaroslav Bobek het goud en het zilver binnen en Jaroslav Bobek wordt Formule 3-kampioen van Tsjechoslowakije.

Te zien in het ŠKODA Museum

Na deze overwinningen komt er langzaam een eind aan de succesvolle carrière van ŠKODA’s indrukwekkende eenzitter. Eind jaren 60 moeten de auto’s tijdens internationale races steeds vaker opboksen tegen raceteams uit West-Europa, zoals Brabham en Tecno. Desalniettemin presteren de ŠKODA’s bewonderenswaardig in de vaak ongelijke gevechten.

Het lot van de Formule 3-racers uit Mladá Boleslav wordt bezegeld in 1971, wanneer de Formule 3-reglementen motoren met een cilinderinhoud van 1.600 cc voorschrijven. Daar heeft ŠKODA geen antwoord op. Niet getreurd: we zullen nooit vergeten hoe ŠKODA de Formule 3 op stelten heeft gezet in de jaren 60, want de raceauto van Václav Bobek maakt tegenwoordig deel uit van de collectie van het ŠKODA Museum.

Terug naar nieuwsoverzicht