Dit moet je weten
De invoering van de pseudo-eindheffing op fossiele en hybride auto’s van de zaak roept veel vragen op. Zeker bij directeuren, grootaandeelhouders of eigenaren (DGA’s) leeft vaak het idee dat deze regeling alleen bedoeld is voor medewerkers in loondienst, maar dat is een misvatting.
Ook als DGA of eigenaar kun je met de pseudo-eindheffing te maken krijgen. Sterker nog: juist bij ondernemers die een auto via de BV kopen, financieren of leasen en deze zelf gebruiken, is het belangrijk om goed te begrijpen hoe deze regeling werkt.
In deze blog lees je:
Misvatting: “De pseudo-eindheffing geldt alleen voor medewerkers”
Geldt de pseudo-eindheffing ook voor DGA’s?
Vanaf 2027 krijgen werkgevers, die een auto van de zaak ter beschikking stellen, te maken met de nieuwe fiscale regel: 12% pseudo-eindheffing. De pseudo-eindheffing is een belasting van 12% over de cataloguswaarde van fossiele of hybride auto’s van de zaak die ook privé worden gebruikt.
Eén van de meest voorkomende misverstanden is dat de pseudo-eindheffing alleen zou gelden voor werknemers. Dat klopt niet.
Een DGA of eigenaar is fiscaal namelijk zowel werkgever als werknemer. Stel je vanuit de BV een auto aan jezelf ter beschikking, dan kun je dus ook gewoon onder deze regeling vallen.
Met andere woorden: koop, financier of lease je een auto vanuit de BV en mag jij de auto gebruiken, dan moet je niet alleen naar bijtelling kijken, maar ook naar de extra lasten die in de BV kunnen ontstaan door de pseudo-eindheffing.
Wat is het verschil tussen bijtelling en pseudo-eindheffing?
Misvatting: “Het gaat alleen om bijtelling ”
Veel ondernemers denken dat de fiscale impact zich beperkt tot de bijtelling. Maar de pseudo-eindheffing is anders.
Bijtelling is een correctie voor privégebruik aan jouw kant als bestuurder. Dit raakt jouw privésituatie en inkomstenbelasting.
Pseudo-eindheffing is juist een extra last voor de BV. Die komt dus bovenop de bestaande autokosten en verhoogt de totale kosten van de auto voor de onderneming.
Dit heeft een groter effect dan veel ondernemers denken. Zeker omdat de heffing wordt berekend op basis van de cataloguswaarde. Daardoor stijgt de totale eigendomskosten (total cost of ownership(TCO)) van de auto.
“Het is maar een klein percentage ”
Op papier lijkt een extra heffing soms overzichtelijk. In de praktijk kan de impact groot zijn, omdat je naast brandstof, afschrijving, rente, verzekering en onderhoud óók te maken krijgt met de pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van de auto.
Dat lijkt misschien beperkt, maar het loopt snel op.
Stel: een auto van de zaak heeft een cataloguswaarde van €45.000. Dan bedraagt de pseudo-eindheffing 12% van €45.000 = €5.400 per jaar. Omgerekend is dat €450 per maand aan extra kosten, boven op alle overige autokosten.
Wanneer is een auto ter beschikking gesteld?
Om te achterhalen of de pseudo-eindheffing van toepassing is op jouw auto, is het belangrijk om te kijken naar of de auto ter beschikking is gesteld. Fiscaal draait het vooral om de vraag of de auto door de BV aan jou ter beschikking is gesteld.
Dat betekent dat
- De auto staat op naam van de BV of wordt door de BV geleased;
- Jij als DGA of eigenaar de auto mag gebruiken;
- Je er feitelijk over kunt beschikken. Bijvoorbeeld omdat de auto bij jou thuis staat of je de sleutels hebt.
De auto hoeft dus niet elke dag gebruikt te worden. Het gaat erom dat hij voor jou beschikbaar is. Zodra je er privé kilometers mee rijdt, geldt de auto fiscaal als ter beschikking gesteld en vanaf 500 kilometer krijg je te maken met bijtelling.
Dat moment van ter beschikkingstelling is belangrijk, omdat het bepalend is voor:
- De start van de bijtelling;
- De vraag of de pseudo-eindheffing speelt;
- Of je onder het overgangsregeling valt.
Hoe zit het als je minder dan 500 km privé rijdt?
Geen bijtelling betekent niet automatisch geen pseudo-eindheffing
Veel DGA’s en eigenaren willen vooral weten hoe het zit als ze de auto ook privé rijden of juist proberen onder de 500 privékilometers te blijven. Daar zit een belangrijk verschil.
Blijf je aantoonbaar onder de 500 privékilometers per jaar en heb je een sluitende rittenadministratie, dan kun je de bijtelling voorkomen. Maar dat betekent niet automatisch dat de pseudo-eindheffing ook geen rol speelt.
Staat de auto bij jou thuis en kun je die vrij gebruiken? Dan is er al snel sprake van terbeschikkingstelling. Ook als je uiteindelijk minder dan 500km privé rijdt.
Dat is precies waar het vaak mis gaat. Eigenaren redeneren vaak vanuit bijtelling, terwijl voor de pseudo-eindheffing vooral het moment en de aard van terbeschikkingstelling een rol speelt.
Wanneer is geen sprake van terbeschikkingstelling?
Er is geen sprake van terbeschikkingstelling als de auto:
- Uitsluitend zakelijk wordt gebruikt;
- Niet vrij is voor privégebruik;
- Op het bedrijfsterrein blijft staan.
Let op: woon-werkverkeer valt onder privégebruik.
Dit wordt vaak onderschat, maar woon-werkverkeer telt fiscaal mee als privégebruik van de auto. Daardoor kan de pseudo-eindheffing sneller van toepassing zijn dan werkgevers denken.
Juist medewerkers die dagelijks met de auto naar kantoor rijden, vallen hier in veel gevallen onder.
Voorbeeldsituaties
Hieronder zie je hoe dat in de praktijk kan uitpakken:
| Situatie | Bijtelling | Pseudo-eindheffing |
|---|---|---|
| Auto ter beschikking gesteld, niet privé beschikbaar en blijft op bedrijfsterrein (geen woon-werkverkeer) | Nee | Nee |
| Auto ter beschikking gesteld, privé beschikbaar, minder dan 500 km privé | Nee | Ja |
| Auto ter beschikking gesteld, privé beschikbaar, meer dan 500 km privé | Ja | Ja |
Wanneer val je onder de overgangsregeling?
Voor DGA’s en eigenaren is de overgangsregeling extra belangrijk. Hierbij draait het om wanneer de auto voor het eerste ter beschikking is gesteld.
Is de auto vóór 1 januari 2027 door jouw BV ter beschikking gesteld, dan kun je onder de overgangsregeling vallen. Dat betekent dat je geen pseudo-eindheffing hoeft te betalen tot en met 17 september 2030.
Praktijkvoorbeeld
Je BV koopt in december 2026 een benzineauto.
Scenario 1: de auto wordt nog in december 2026 geleverd en jij mag de auto direct gebruiken. Dan is de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking gesteld. Dan heb je nog het recht op de overgangsregeling tot 17 september 2030. Daarna is de heffing van toepassing op deze auto.
Scenario 2: de auto staat wel al op naam van de BV in december 2026, maar jij krijgt de auto pas in januari 2027 tot je beschikking. Dan ligt de terbeschikkingstelling in 2027 en heb je geen recht meer op de overgangsregeling. Vanaf dat moment betaal je de 12% pseudo-eindheffing.
Is elektrisch rijden een manier om pseudo-eindheffing te vermijden?
Kies je voor een volledig elektrische auto, dan is de pseudo-eindheffing niet van toepassing. Ben je als DGA of eigenaar een nieuwe auto aan het overwegen, denk dan eens aan elektrisch. Bij een volledig elektrische auto spelen de extra kosten van de pseudo-eindheffing geen rol op de BV.
Wat betekent dit voor jou als DGA of eigenaar?
Voor DGA’s en eigenaren is de pseudo-eindheffing absoluut geen regeling die je alleen voor personeel hoeft te bekijken. Ook als je zelf een auto via de BV rijdt, kun je ermee te maken krijgen.
De belangrijkste lessen:
Een DGA is fiscaal ook werknemer;
- De pseudo-eindheffing is anders dan bijtelling;
- De impact zit in extra kosten voor de BV en hogere total cost of ownership per auto;
- Ook zonder bijtelling kan de regeling van toepassing zijn wanneer de auto wél ter beschikking is gesteld;
- Voor de overgangsregeling is het moment van terbeschikkingstelling doorslaggevend.
Voor ondernemers die toch een benzine of hybride auto via de BV willen rijden, kan de aanschaf en terbeschikkingstelling vóór 1 januari 2027 fiscaal gunstig uitpakken. Daarmee “koop” je feitelijk 3,5 jaar vrijstelling (tot 17 september 2030) van de pseudo-eindheffing. Let hierbij op dat je zorgt dat je goed kijkt naar de looptermijn van bijvoorbeeld een lease auto die nog na 17 september 2030 doorloopt.
Plan een adviesgesprek
Wil je weten wat de pseudo-eindheffing betekent voor jouw situatie als DGA of eigenaar? Laat je goed adviseren over de fiscale impact, de total cost of ownership en de slimme keuze tussen benzine, hybride of volledig elektrisch rijden.
Adviesgesprek